Websites voor kinderen

A5f399ff0d4cae624251df328f602518?s=47 Toon Van de Putte
November 17, 2012

Websites voor kinderen

1. Schrijf veel tekst en leg alles goed uit.
We merken dat kinderen, zeker online, niet veel lezen. Volwassenen ook niet, trouwens. Er zijn verschillen en sommige kinderen lezen wel vlot teksten op sites, maar dat is een vrij kleine minderheid. Als maker van een site is tekst verleidelijk want gemakkelijk: je hebt snel heel veel woorden getikt. Weersta daaraan en wees beknopt. Gebruik beelden, duidelijke layout, laat de feiten voor zich spreken. Als je het moet uitleggen, zit er wellicht iets fout. De ‘Yetiquette’, de gedragscode van de site, past in de smalle linkerkolom
2. Timmer alles dicht. Alleen pre-moderatie, verplichte registratie met veel stappen.
Op yeti.be gebeurt nergens pre-moderatie. Alles komt meteen online, maar kan wel verwijderd worden. We hebben daar maar zeer zelden problemen mee. Ook met foto’s die kinderen kunnen uploaden. En ook bij een rubriek als Dr. Schaemroodt. Maar heel af en toe moet er daar één verwijderd worden. Wat volgens mij wel cruciaal is: geen ‘verborgen hoekjes’ en privéberichten. En een knop ‘meld dit bericht’ zodat kinderen zelf kunnen signaleren als er iets fout gaat.
3. Doe geen gebruikerstests. En als je ze doet, doe ze dan met de slimste van de klas, degene die het hardst z’n vinger opsteekt als je vraagt “Wie wil er de site testen?”.
Je staat ervan versteld wat je ontdekt door gewone kinderen een aantal taken te geven op je site. Bij Yeti ontdekten we zo dat kinderen al wat in het magazine gestaan heeft of aangekondigd werd, bij ‘nieuws’ verwachten. En dat ze footers meestal niet kennen als navigatie-instrument (op ca. 20 gebruikerstests één kind).
4. Vraag kinderen hun mening over de site en ga er van uit dat dat ook precies is wat ze echt denken.
Net als volwassenen antwoorden kinderen sociaal wenselijk op dat soort vragen. Wanneer we de vraag stellen, zijn populaire onderdelen van de site steevast spelletjes, grappige filmpjes, muziek, dat soort dingen. Uit de statistieken en de binnenkomende mails blijkt een meer genuanceerd verhaal. Rubrieken als Lisa en Dr. Schaemroodt zijn online behoorlijk populair. Dat blijkt ook uit de reacties.
5. Doe alsof de rest van het Internet niet bestaat. YouTube, Google Forms,...
Vrij snel na het lanceren van TV.Klasse besloten we YouTube te gaan gebruiken voor het hosten van alle video, omdat de blijvende investering in een eigen videospeler en de statistieken die darbij horen niet te verantwoorden was. Dat is een verstandige beslissing gebleken, YouTube behoort tot de populairste sites bij jongeren en kinderen. Dat betekent voor de filmpjes van Yeti dat soms tot 40% van de kijkers niet vanop de Yeti-site komen, maar van YouTube zelf. Hoe langer het filmpje online staat, hoe sterker dat effect.
Voor formulieren gebruiken we courant Wufoo. Dat is een betalende dienst, maar zeer flexibel. Die laat toe om complexe formulieren snel en eenvoudig te maken. Zo kunnen wij ons focusen op waar het echt om draait: de inhoud.
6. Denk vooral aan de ouders.
Dat is dé manier om kinderen weg te jagen, zeker de wat oudere doelgroep. Een site voor kinderen waar ouders voortdurend meekijken, ligt moeilijk bij een doelgroep waar ⅓ al een Facebook-profiel heeft. Wijlen Maurice Sendak zei het nog het best: “I refuse to lie to children. I refuse to cater to the bullshit of innocence.” De privacy van kinderen is wettelijk behoorlijk goed beschermd, maar in de praktijk wordt dat door kinderen zelf vaak omzeild, en niet in het minst de sociaal zwakkere. Je hebt online ook nooit echt de garantie dat ouders toestemming geven, tenzij je per brief een handtekening vraagt.
7. Kinderen zijn digital natives. Doe gerust speciaal.
Je ziet nog steeds kindersites die uitpakken met ‘originele’ navigatiemodellen en andere afwijkingen van internetstandaarden. Geen hiërarchie, bewegende stukken, knoppen die er niet uitzien als knoppen,... Maar kinderen verliezen daar hun weg in. De meeste kinderen zijn niet zo internetvaardig en verliezen snel de weg. We hebben bij Yeti ooit gedacht dat kinderen een navigatiemenu van een website niet gebruiken. Maar keer op keer blijkt bij gebruikerstests dat het hun voornaamste houvast is. Als je kijkt naar de opbouw van sites als spele.nl merk je hoe dat komt.
8. Filter ‘foute’ woorden automatisch en slaap op twee oren.
Een website is als een speelplaats. Zonder toezicht loopt het fout. Niet altijd dramatisch of met grote gevolgen, maar je moet er zichtbaar zijn om erger te voorkomen.
Bij Yeti worden berichten met foute woorden gemeld aan een moderator, die dan de inhoud checkt. In de overgrote meerderheid van de gevallen is het loos alarm.
9. Zoek de perfecte metafoor.
Om één of andere reden worden voor kindersites vaak letterlijke metaforen gebruikt: een huis, een klas, een stad,... Dat werkt maar tot de duidelijke links op zijn. Een brievenbus en een speelkamer, dat lukt nog. Maar waar stop je de wedstrijden?

Tips:

Klik & Klaar: http://mijnkindonline.nl/publicaties/onderzoeksrapporten/klik-en-klaar-0

Apestaartjaren 4: http://www.apestaartjaren.be/node/585

A5f399ff0d4cae624251df328f602518?s=128

Toon Van de Putte

November 17, 2012
Tweet