Upgrade to Pro — share decks privately, control downloads, hide ads and more …

Zomerstudie C-kamp – dinsdag – Efeze 1-3

Zomerstudie C-kamp – dinsdag – Efeze 1-3

In deze studie wordt in vogelvlucht Efeze 1-3 doorgenomen, en gekeken naar Paulus en de wet, en de "werken van de wet".

Avatar for Thijs Amersfoort

Thijs Amersfoort

August 31, 2026

More Decks by Thijs Amersfoort

Other Decks in Education

Transcript

  1. Studie in het C-kamp • Maandag: • Inleiding • Dinsdag:

    • Hoofdstuk 1-3 • Donderdag • Hoofdstuk 4-6 • Vrijdag: • Welke bril hebben we op? • Wat is waarheid?
  2. Dinsdag – Hoofdstuk 1-3 • We lezen hoofdstuk 1 •

    Briefstructuur en Opening (1:1-2): • In de opening vestigt Paulus zijn gezag als ‘afgevaardigde’ van Christus. • De ontvangers worden beschreven vanuit hun positie en relatie met God: getrouwen • een positieve toon die bijvoorbeeld in Galaten ontbreekt
  3. De zegen (1:3-14) • De lofprijzing in Efeze 1:3–14 is

    diep geworteld in de Joodse synagogale traditie. Hoewel Paulus in het Grieks schrijft, volgt hij nauwkeurig de structuur en theologie van de Hebreeuwse Beracha (meervoud: Berachot). • Dit zijn de belangrijkste 4 verbindingen met de Joodse achtergrond: 1. De formele structuur van de Eulogie • Een traditionele Joodse lofprijzing begint met de vaste formule: Baruch Atah Adonai ("Gezegend bent U, HEERE"). Paulus vertaalt dit patroon direct naar het Grieks: Eulogetos ho Theos ("Gezegend zij de God..."). Het is een directe echo van de Berachot die destijds (en nu nog) dagelijks in de synagoge werden uitgesproken.
  4. De zegen (1:3-14) 2. Het patroon van "Herinneren en Prijzen"

    • In de Joodse traditie is een beracha nooit een abstracte lofprijzing. God wordt altijd geprezen om wat Hij specifiek heeft gedaan in de geschiedenis (bijvoorbeeld: "die het brood uit de aarde voortbrengt" of "die Egypte heeft geplaagd"). Paulus past dit exact zo toe: • Hij begint met de lofprijzing (Baruch/Eulogetos). • Hij vervolgt direct met de concrete daden van God: Hij heeft ons uitgekozen (vers 4), aangenomen als kinderen (vers 5), en verlost door Zijn bloed (vers 7).
  5. De zegen (1:3-14) 3. Woordspeling met de wortel B-R-K •

    In het Hebreeuws hebben 'zegenen' (barach), 'gezegend' (baruch) en 'zegen' (beracha) allemaal dezelfde drie medeklinkers (B-R-K). Paulus bootst deze Joodse stijlfiguur na in het Grieks in vers 3: • "Gezegend (eulogetos) is de God (...) Die ons gezegend (eulogesas) heeft met alle geestelijke zegen (eulogia)." • Deze driedubbele herhaling is typisch semitisch en vergroot de nadruk op Gods overvloed.
  6. De zegen (1:3-14) 4. Link met het Achttiengebed (Shemoneh Esreh)

    • De opbouw van Efeze 1:3-14 vertoont parallellen met het Shemoneh Esreh, het centrale Joodse gebed dat bestaat uit achttien (later negentien) opeenvolgende berachot. Net zoals dat gebed stapsgewijs Gods heilsplan doorloopt—van verkiezing tot uiteindelijke verlossing—zo reist Paulus in zijn loflied van de eeuwigheid vóór de schepping tot de toekomstige voltooiing. • Israëls geschiedenis wordt opnieuw verteld en toegepast: • uitverkiezing (v4) à Abraham in Gen. 12:1-3 • aanneming tot zonen (v5) à Israël in Ex. 4:22 • vrijkoping door bloed (v7) à Israël in Deut. 7:8 • vergeving van misstappen (v7) à bijv. Jes. 43:18-25 • verzegeld met de geest van de belofte, de heilige (v13) à • de wolkzuil/aanwezigheid van God • erfdeel (v14) à het beloofde land, bijv. in Deut. 4:21
  7. De zegen (1:3-14) • Het grote verschil: De christologische invulling

    • Hoewel de vorm puur Joods is, introduceert Paulus een revolutionaire inhoud. In de traditionele beracha is Gods Thora of het verbond met Israël de spil waar de zegen om draait. Paulus verplaatst dat middelpunt volledig naar Jezus Christus. De formulering "Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus" laat zien dat de God van Israël nu specifiek geprezen wordt om wat Hij in de Messias heeft bewerkt. • Het reddingsverhaal geldt nu ook voor nietJoden, met Christus als het centrale einddoel.
  8. Alles samenvatten in Christus (1:9-10) 9 ons het geheim van

    Zijn wil bekendgemaakt hebbend in overeenstemming met Zijn welbehagen, dat Hij Zich heeft voorgenomen in Hem, 10 tot beheer van de volheid van de perioden, om alle dingen samen te vatten in Christus; zowel wat in de hemelen als wat op de aarde is, in Hem. • Het centrale geheim van Gods wil is het bijeenbrengen en samenvatten van alle dingen in de hemel en op aarde onder het hoofdschap van Christus. • Het geheim zit niet in het wat, dat was al bekend • Het geheim zit in het hoe: het samenkomen gebeurt in Christus via een geestelijke strijd • Beheer verwijst naar God die de kosmos ordent; volheid wijst op het geheel; perioden op de tijden die tot een hoogtepunt komen • In Christus komen hemel en aarde samen (geïllustreerd met het tabernakel-/tempelbeeld uit Ex. 40 en Kol. 1).
  9. Dankzegging en gebed (1:15-23) • Paulus dankt voor wat goed

    gaat en bidt voor wat beter kan, met als doel een warme band op te bouwen en aan te sporen tot verdere groei. • Het gebed introduceert direct de hoofdthema's: Gods grote doel, Christus boven alle machten, en de positie van de gemeente. • Paulus bidt om een Geest van wijsheid en onthulling, verlichte ogen van het hart, en inzicht in de hoop, het erfdeel en Gods kracht. • Gods overstijgende kracht heeft Christus opgewekt, boven elke geestelijke macht geplaatst (Ps. 110, 1 Kor. 15) en aan de gemeente gegeven. • Gelovigen delen in de overwinning van Christus.
  10. De Gemeente als voorproef (2:1-22) • We lezen hoofdstuk 2

    • Efeze 2:1-7: Gelovigen waren eerst onder de macht van zonde, dood en de ‘overste van de autoriteit van de lucht’, maar zijn nu met Christus opgewekt en in de hemelse gewesten gezet om Gods genade te tonen. • Efeze 2:8-10: Genade leidt tot een nieuw leven: gelovigen zijn geschapen voor ‘goede werken’ (praktisch zorgen voor de naaste en voorzien in behoeften) die God van tevoren heeft klaargemaakt. • Efeze 2:11-22: Christus is onze vrede; Hij heeft de ‘middenmuur van de omheining’ (de afscheidingsmuur in de tempel) en de uitsluitende wet buiten werking gesteld. • Joden en heidenen zijn samengevoegd tot één ‘nieuwe mens’; het samenkomen van de hele kosmos (1:10) begint zichtbaar te worden in de gemeente.
  11. Niemand mag binnen de balustrade rondom de tempel en het

    terrein komen. Wie betrapt wordt, is zelf verantwoordelijk voor zijn dood.
  12. Het geheim van Christus: Joden en heidenen (3:1-13) • We

    lezen hoofdstuk 3 • Gods zegen voor de volken is niet iets nieuws, we komen het veelvuldig tegen: • God beloofde Abraham dat in zijn zaad alle volken gezegend zouden worden (Gen 12:3; 22:18), • de Psalmen spreken over de volken die God zullen loven (Ps 67:4-5; 117:1) • de profeten verwachten dat de natiën naar Jahweh zullen komen (Jes 2:2-4; 49:6; 56:6-8; 60:1-3). • Niet-Joden (natiën) zijn volwaardige mede-erfgenamen, medeleden van het lichaam en mede-deelhebbers van de belofte. • Paulus legt uit hoe dit geheim werkt: er ontstaat één nieuwe gemeenschap op basis van vertrouwen, met een nieuwe positie in de hemelse gewesten onder Christus' heerschappij. • Via de gemeente wordt Gods veelkleurige wijsheid nu bekendgemaakt aan de machten en krachten in de hemelse gewesten.
  13. Paulus en de wet • De vraag wat Paulus bedoelt

    met 'de wet' is een van de meest verwarrende en controversiële onderwerpen van het Nieuwe Testament. • Paulus plaatst 'wetswerken' en ‘geloof/vertrouwen' tegenover elkaar (o.a. in Galaten en Romeinen). • Hierdoor is Paulus vaak m.i. verkeerd gelezen als de apostel die de geldigheid van de Joodse wet wilde afschaffen en zich buiten het Jodendom plaatste.
  14. Paulus en de wet 'Werken der wet' in de Dode

    Zeerollen (4QMMT) • In het Dode Zeerol-geschrift 4QMMT (ontdekt in de jaren 1950, gepubliceerd in de jaren 1980/1990) komt de unieke Hebreeuwse term miqṣat maʿaśê hat-torâ ('enige werken der wet') voor. • Buiten 4QMMT en Paulus' brieven komt deze specifieke uitdrukking nergens anders in de antiekJoodse literatuur voor. • In 4QMMT verwijzen 'werken der wet' naar specifieke regels en voorschriften rondom reinheid en cultus. • Het geschrift beschrijft de meningsverschillen daarover tussen verschillende Joodse groeperingen (de vraag: wat is het juiste om te doen?).
  15. Paulus en de wet 'Wetswerken' in Galaten en Romeinen •

    Paulus gebruikt de Griekse term erga nomou ('wetswerken') in Galaten en Romeinen om de verhouding tussen Joodse en niet-Joodse Jezusvolgers te duiden. • In Galaten: Paulus reageert op een conflict met Kefas (Petrus) en 'schijnbroeders'. Zijn punt is dat Joodse leefregels geen voorwaarde zijn voor niet-Joden om deel te krijgen aan de gemeenschap. • In Romeinen: Paulus benadrukt eveneens dat men niet door wetswerken rechtvaardig wordt, maar door vertrouwen. • De kern van Paulus' betoog: De wet hoeft niet afgeschaft te worden. Voor Joodse gelovigen blijft de wet een teken van hun relatie met God, maar het is geen voorwaarde voor opname in de gemengde gemeenschap.
  16. Paulus en de wet Conclusie: Paulus als voluit Joods denker

    • Hoewel 4QMMT en Paulus de term 'werken der wet' in een andere context gebruiken, toont de overlap aan dat Paulus aansloot bij breder levende Joodse debatten uit zijn tijd. • Net als andere Joodse denkers gebruikte Paulus het voorbeeld van Abraham om te laten zien hoe iemand rechtvaardig kan leven zonder dat de Wet van Mozes daar als voorwaarde aan voorafgaat. • Paulus wilde de Jezusbeweging niet losmaken van haar Joodse wortels, maar juist de drempels wegnemen zodat Joden en niet-Joden samen één hechte gemeenschap konden vormen.
  17. Gebed voor Kracht en Volheid (3:14-21) In Efeze 3:18-19 bidt

    Paulus dat de gelovigen "met alle heiligen in staat zijn te vatten wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en de liefde van Christus te kennen, die de kennis te boven gaat." Hoewel deze vierdimensionale uitdrukking uniek is in het Nieuwe Testament, zijn er in de Bijbel diverse prachtige parallelle teksten te vinden die Paulus' gedachte op verschillende manieren verrijken:
  18. Gebed voor Kracht en Volheid (3:14-21) 1. De onmetelijkheid van

    God en Zijn kennis Paulus grijpt met zijn ruimtelijke taalgebruik terug op een bekende Oud-Testamentische manier om de onmeetbaarheid van God uit te drukken. • Job 11:7-9: Dit is de meest directe parallel in het Oude Testament: "Kun jij Gods wijsheid ten diepste doorvorsen, het wezen van de Ontzagwekkende geheel omvatten? Hij is hoger dan de hemel... Zijn maat is langer dan de aarde en breder dan de zee." • Psalm 139:7-10: David beschrijft dat Gods aanwezigheid alle dimensies omvat: “Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen, hoe aan uw blikken ontkomen? Klom ik op naar de hemel – U tref ik daar aan, lag ik neer in het dodenrijk– U bent daar. Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad, al ging ik wonen voorbij de verste zee, ook daar zou uw hand mij leiden, zou uw rechterhand mij vasthouden.”
  19. Gebed voor Kracht en Volheid (3:14-21) 2. De afmetingen van

    het Nieuwe Jeruzalem (Openbaring) Veel bijbelcommentatoren leggen een link tussen Efeze 3 en het visioen van de volmaakte stad waarin Gods heerlijkheid woont. • Openbaring 21:16: "En de stad lag daar als een vierkant, haar lengte was even groot als haar breedte... haar lengte, breedte en hoogte waren gelijk." • De verbinding met Efeze: In Efeze 2 en 3 vergelijkt Paulus de gemeente met een bouwwerk/tempel van God. De kubusvorm van de Heilige der Heiligen (en van het Nieuwe Jeruzalem) symboliseert de volmaakte aanwezigheid van God. Paulus bidt in Efeze 3 dat ze de volledige afmetingen van dit geestelijke bouwwerk — vervuld van Christus' liefde — mogen gaan begrijpen.
  20. Gebed voor Kracht en Volheid (3:14-21) 3. De reikwijdte van

    Gods vergeving en genade De vier dimensies drukken uit dat er geen plek is waar de liefde van Christus niet bij kan: • Psalm 103:11-12: "Zoals de hoge hemel de aarde overspant, zo welft zich zijn trouw over wie Hem vrezen. Zo ver als het oosten is van het westen, zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.” • Romeinen 8:38-39: Paulus gebruikt in Romeinen soortgelijke termen om te benadrukken dat niets ons kan scheiden van Gods liefde: "Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons bewezen heeft in Christus Jezus, onze Heer.”
  21. Gebed voor Kracht en Volheid (3:14-21) 4. Het doorgronden van

    Gods geheimenissen In Efeze 3 heeft Paulus het voortdurend over het "geheim" of het "mysterie" dat geopenbaard is. • 1 Korintiërs 2:10: "Want de Geest onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God." • Romeinen 11:33: "O, diepte van rijkdom, zowel van wijsheid als van kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!"
  22. Gebed voor Kracht en Volheid (3:14-21) Samenvatting voor de praktijk

    Wanneer je Efeze 3:18 verbindt met deze passages, zie je hoe de dimensies betekenis krijgen: • Breedte: Omvat de hele wereld (Jood en heiden samen in één lichaam). • Lengte: Reikt van voor de grondlegging van de wereld tot in alle eeuwigheid (Gods eeuwig plan). • Hoogte: Reikt tot in de hemelse gewesten waar Christus troont en wij met Hem zijn gezeten. • Diepte: Reikt tot in de diepste nood, zonde en dood waaruit Christus ons heeft gered. • Amen!