Bijbelstudie rond het jaarthema uit het C-kamp door Maarten van der Kooij. Deze studie wordt Efeze 4-6 besproken, het gedeelte waarin het jaarthema staat en waar Paulus naar onze wandel kijkt.
rondzendbrief • Dinsdag: • Hoofdstuk 1-3: lofzegging (beracha), werken der wet, muur is weggebroken: één lichaam • Donderdag • Hoofdstuk 4-6 • Vrijdag: • Welke bril hebben we op? • Wat is waarheid?
de nieuwe mensheid Vv. 1–10: • Nederigheid en vrede (vv. 1–3): Paulus roept vanuit zijn gevangenschap op tot gedrag dat past bij de roeping. Nederigheid, zachtmoedigheid en geduld waren in de Grieks-Romeinse wereld geminachte eigenschappen, maar vormen in het evangelie de basis voor christelijke eenheid. • Het geloof in de ene God (vv. 4–6): Zevenmaal 'één' (één lichaam, Geest, hoop, Heer, geloof, doop, God). De eenheid van de kerk weerspiegelt het Joodse monotheïsme (het Sjema) in een verdeelde, polytheïstische wereld. • Verscheidenheid aan gaven (vv. 7–10): Aansluitend bij Psalm 68 wordt Christus getekend als de zegevierende koning die afdaalde en opsteeg. Als overwinnaar geeft Hij gaven aan zijn volk om de hele kosmos te vullen met zijn heerlijkheid. • Joodse achtergrond: Paulus sluit in Efeziërs 4:8 aan bij een Aramese traditie (Targum) van Psalm 68:19, waarin de overwinnaar gaven geeft in plaats van gaven ontvangt, net als Mozes de Thora ontving en bracht.
mensheid • Bouwen aan het lichaam (verzen 11–16): • De genoemde bedieningen (apostelen, profeten, evangelisten, herders, leraren) zijn er niet om een starre hiërarchie te vormen, maar om alle heiligen toe te rusten voor hun dienstbetoon. • Doel: Volwassenheid bereiken in Christus, zodat gelovigen niet meer heen en weer worden geslingerd door listige, misleidende ideeën. • De sleutel tot groei: In liefde de waarheid spreken/vasthouden.
mensheid • De oude en de nieuwe mensheid (verzen 17– 24): • Heidense levensstijl komt voort uit een verduisterd denken en een verhard hart, wat leidt tot vervreemding en tuchteloosheid. • Gelovigen hebben 'Christus geleerd'. Als in een doopritueel trekken zij de 'oude kleren' uit en doen zij de 'nieuwe mens' aan, geschapen naar Gods beeld in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid.
• Vernieuwing van spreken en emoties (4:25–5:2): • Waarheid en woede: Geen leugens meer spreken. Los woede op vóór zonsondergang, anders krijgt de duivel een voet tussen de deur. • In het Oude Testament is zonsondergang vaak een grensmoment: het loon van een dagloner moet voor zonsondergang gegeven worden (Deu 24:15), en een onderpand moest voor zonsondergang teruggegeven worden (Exo 22:26; Deu 24:13) • Eerlijk werk en opbouwende taal: Werk eerlijk om te kunnen delen met armen. Gebruik woorden die de ander goeddoen (genade brengen) en bedroef de Heilige Geest niet. • In de antieke wereld werd handarbeid door sommige hogere klassen laag geacht, maar Paulus is over arbeid positief. Hij werkte zelf met zijn handen. • Vergeving als handelsmerk: Breek met bitterheid en geschreeuw. Vergeef elkaar zoals God in Christus ons vergeven heeft. Dit is de 'koninklijke weg van de liefde', een geurig offer voor God.
versus Licht (5:3–14): • Seksuele ethiek: Seksualiteit is goed en door God geschapen, maar seksuele losbandigheid (porneia) en hebzucht maken van genot een afgod. • Loze woorden: Laat je niet misleiden door filosofieën die zonde vergoeilijken. Christelijke seksuele ethiek beschermt de goedheid van de schepping. • Wandelen als kinderen van het licht: Breng de vrucht van het licht voort (goedheid, rechtvaardigheid, waarheid) en ontmasker de vruchteloze praktijken van de duisternis door zelf helder te schijnen. • 5:14: is uiteraard geen citaat uit het OT. Twee opties: • Paulus citeert een vroegchristelijke hymne, doopformule of liturgische oproep. • Paulus componeert dit zelf, bijv. gevoed door • Jes 60:1: “Sta op, word verlicht, want uw licht komt” • Jes 26:19 over opstaan uit de doden • Jes 51:17 en 52:1 met de oproep om te ontwaken
worden met de Geest (5:15–20): • Blijf niet onverstandig, maar benut de tijd. • Word niet dronken van wijn (wat leidt tot losbandigheid), maar word voortdurend vervuld met de Geest. • Kenmerken van Geestvervulling: samen psalmen en hymnen zingen, God danken met heel je hart voor alles, én elkaars gezag aanvaarden uit ontzag voor Christus. • In de vroege kerk moet er een grote verscheidenheid aan liederen zijn geweest: psalmen uit Israël, vaste christelijke hymnen, en mogelijk ook spontane liederen in de samenkomst. • Sommige gedeelten in het Nieuwe Testament lijken delen te bevatten van dit soort vroegchristelijke liederen, zoals Fil 2:611; Kol 1:15-20; 1Tim 3:16, en mogelijk dus ook Ef. 5:14.
liefde • Vers 21 is het scharnier tussen Geestvervulling en het gezinsleven. Je aan elkaar willen onderschikken vormt de basis. • Dat betekent dat christenen in de gemeente niet gericht zijn op eigen voorrang, maar bereid zijn elkaar te dienen (Marc 10:42-45). • Tegelijk heft deze wederzijdse houding de concrete rolverhoudingen in het huis niet op. In de verzen die volgen worden vrouwen, kinderen en slaven aangesproken in hun specifieke positie, en mannen, vaders en meesters in hun verantwoordelijkheid (5:22-6:9). Maar vers 21 geeft de toon.
Het huwelijk als kosmisch geheim (5:22–33): • Vrouwen: Worden opgeroepen zich te onderschikken aan hun man zoals aan de Heer, waarbij de man als 'hoofd' wordt gezien in de zin van beschermend, verzorgend. • Mannen: Krijgen een voor die tijd revolutionaire opdracht: hun vrouw liefhebben zoals Christus de kerk heeft liefgehad door Zichzelf voor haar over te geven. Geen starre hiërarchie, tirannie of machtsmisbruik, maar het dienende offer. • Genesis 2:24: Het één-vlees-worden van man en vrouw wijst ten diepste op het grote geheimenis van Christus en de kerk.
• 1842: cavaleriekolonel Jacobus van Gorkum wordt gestationeerd in Roermond • Hij ontmoet jonkvrouw Josephina van Afferden en ze worden smoorverliefd op elkaar
• Maar: • Verschillend geloof: protestants en roomskatholiek • Afkomst: groot standsverschil • Grote opschudding, maar toch: ze trouwen • Jacobus sterft in 1880, Josephina in 1888
hervormd deel, afgescheiden door een lange muur • Jacobus wordt begraven op het protestantse deel • Josephina zal begraven moeten worden op het katholieke deel. • Maar daar legt ze zich niet bij neer….
Kinderen en Ouders (6:1–4): • Kinderen worden volwaardig aangesproken om hun ouders te eren. • Ouders moeten hun kinderen niet verbitteren met onredelijke hardheid, maar hen vormen/opvoeden zoals de Heer dat wilt. • Ook in de Thora neemt eerbied voor ouders een grote plaats in (Exo 20:12; Deu 5:16; Lev 19:3). Opvallend is dat kinderen beide ouders moeten gehoorzamen. Dat sluit aan bij het vijfde gebod, dat eveneens vader én moeder noemt. • Hoewel vers 4 zich daarna specifiek tot vaders richt, heeft het kind dus een verplichting tegenover beide ouders.
Slaven en Meesters (6:5–9): • Paulus schaft het Romeinse slavensysteem niet direct met geweld af, maar vermenselijkt en ondermijnt het van binnenuit. • Slaven dienen 'als voor Christus'. Meesters moeten hun dreigementen staken, wetende dat zij in de hemel dezelfde Meester hebben die geen aanzien des persoons kent.
strijd is niet tegen vlees en bloed • In tegenstelling tot de Joodse vrijheidsstrijders (zoals de Makkabeeën of Zeloten) richt de christelijke strijd zich niet tegen menselijke vijanden of de Romeinse bezetter, maar tegen de geestelijke machten van de duisternis.
God: • Vaak gelezen als een persoonlijke handleiding om zelf een geestelijke strijd te kunnen voeren. • Maar de accenten kan je ook anders leggen, want Paulus ontleent veel aan Jesaja waar God en/of de Messias Zelf de wapenrusting aantrekken:
• Gordel van de waarheid • Jesaja 11:5 • Harnas van de gerechtigheid • Jesaja 59:17 • Sandalen van de inzet voor het evangelie van vrede • Jesaja 52:7 • Schild van het geloof • Ps. 18:30 • Helm van de redding • Jesaja 59:17 • Zwaard van de Geest • Jesaja 11:4
allen (6:24) • Zoals Paulus’ brieven vaak eindigen met een genadezegen, zo ook hier. De brief begon met genade en vrede (1:2), en sluit af met vrede en genade (6:2324). Daarmee wordt de hele brief omgeven door Gods onverdiende cadeau. • In Efeze is genade een van de dragende woorden: • God heeft de gelovigen begenadigd in de Geliefde (1:6). • In Christus hebben zij verlossing door Zijn bloed, naar de rijkdom van Zijn genade (1:7). • Zij zijn levend gemaakt en gered door genade (2:5,8). • In de komende eeuwen zal God de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade tonen (2:7). • Paulus zelf is dienaar geworden naar de gave van Gods genade (3:7-8) • Aan ieder is genade gegeven naar de maat van Christus’ gave (4:7). • Het slot “De genade zij” is daarom opnieuw een samenvatting van een van de kernthema’s. Dat past bij de brief, waarin de gemeente als geheel gezien wordt in het grote plan van God met hemel en aarde, Jood en heiden, Christus en Zijn lichaam.