die verwijst naar een locatie in het geheugen van de computer • Ze laten ons toe informatie op te slaan en later weer op te roepen • Variabelen kunnen informatie opslaan zoals kleur, grootte, locatie,… Variabelen
als een doos. • Er zijn verschillende soorten dozen, waar verschillende inhouden inpassen (bv. Tupperware voor voedsel, kartonnen doos voor papier,…) • Op de doos plak je een label met een naam om deze later terug te vinden. Variabelen
aan te geven, gevolgd door een naam • (je zegt dus wat voor soort doos (één voor gehele getallen) en geeft aan welke naam ze krijgt (bv. Tom)) • De naam moet 1 woord zijn, zonder spaties, en moet beginnen met een letter Variabelen
• Let op dat de naam geen systeemvariabele is, deze zijn gereserveerd (draw, setup,…) (deze krijgen doorgaans een blauwe kleur) • Begin je naam met kleine letter, geef elk nieuw woord een hoofdletter: nieuweVariabele Variabelen
char een karakter, ‘a’, ‘b’, … • byte een klein getal (van -128 tot 127) • short een groter getal (van -32768 tot 32767) • int een groot getal (van -2147483648 tot 2147483647) • long een gigantisch getal • float een decimaal getal, 3,5742 • double een decimaal getal met veel plaatsen achter de komma Variabelen 3 zeer belangrijk: boolean, float, int
(= er een waarde aan toekennen) int count; = een doos voor gehele getallen, met de naam “count” count = 50; = stop de waarde 50 in de doos “count” of int count = 50; Variabelen
eigen variabelen omdat ze zijn gereserveerd. width geeft de breedte van de sketch terug height geeft de hoogte van de sketch terug frameCount geeft het aantal frames terug dat is verwerkt frameRate geeft het aantal frames per seconde terug screen.width geeft de breedte van het hele scherm terug screen.height geeft de hoogte van het hele scherm terug Key geeft de recentst ingedrukte toets terug keyCode geeft de numerieke code van laatste toets keyPressed geeft true of false terug naar gelang een toets is ingedrukt mousePressed geeft true of false terug naar gelang een muisknop wordt ingedrukt mouseButton geeft left, right of center terug. Systeemvariabelen
witte lijn het venster van boven naar onder in 2 delen verdeelt. Het mag niet uitmaken hoe groote je sketch is. Tip: Gebruik hiervoor de systeemvariabelen width, height, width/2 en height/2 ( max. 10 min )
true of false • Meestal een vergelijking Is 20 groter dan 10 à true Is 10 groter dan 20 à false Als de test WAAR is, wordt de code uitgevoerd, anders niet conditionals
is’); } else if (variabele 2 == variabele 3){ println(‘code als de vorige vraag niet waar is en deze vraag waar is’); } else{ println(‘code als bovengenoemde beiden niet waar zijn’); } conditionals Als deze vraag waar is, wordt de rest van de boom niet meer Uitgevoerd en gaat het programma door met de rest van de draw() Elke if geeft dus het begin van een nieuwe boom aan
than 80”);! }! else if (x > 25){! !println(x+”is greater than 25”);! }! Conditionals int x = 75! ! if(x > 25){! !println(x+”is greater than 25”);! }! else if (x > 50){! !println(x+”is greater than 50”);! }! Wat is de uitkomst van deze verschillende opgaven? Waarom?
! if(x == 5){! !x = 6;! }! if(x == 6){! !x = 5;! }! ! println(“x is now” + x);! Condities Wat is de uitkomst van deze verschillende opgaven? Waarom? Let op het verschil tussen het gebruik van if en if, else if, else… Merk ook het verschil op tussen enkele = en dubbele == int x = 5! ! println(“x is now” + x);! ! if(x == 5){! !x = 6;! }! Else if(x == 6){! !x = 5;! }! ! println(“x is now” + x);!
dubbele == ! if(x == 5){} !een dubbel == teken geeft aan dat je 2 zaken met elkaar wil vergelijken, komt voor in een TEST ! count = 5;! ! !een enkel = teken komt voor als je een getal aan een variabele wil toewijzen (iets in de doos stoppen)