Upgrade to Pro — share decks privately, control downloads, hide ads and more …

Ethiek klas 4

Ethiek klas 4

1e6e009eb34acada083d876fbc6cc44f?s=128

Martijn Walraven

November 02, 2013
Tweet

Transcript

  1. Eerste kwartaal: hoofdstuk 2

  2. Ethiek Ethiek bestudeert de moraal Wat is goed? Wat moet

    ik doen?
  3. Descriptieve ethiek Welk moreel gedrag vertonen mensen? (beschrijvend) Prescriptieve ethiek

    Welk moreel gedrag zouden mensen moeten vertonen? (voorschrijvend, normatief) Wat is goed? Wat moet ik doen?
  4. Morele dilemma’s Wat moet ik doen?

  5. Het op hol geslagen treintje (‘trolley probleem’)

  6. Welke feiten zijn van belang bij het bepalen of je

    de hendel over moet halen? Maakt het bijvoorbeeld wat uit als de vier slachtoffers hoogbejaard zijn en het ene slachtoffer een kind? Waarom zijn deze feiten van belang? Welke vooronderstellingen liggen aan dit oordeel ten grondslag?
  7. Het op hol geslagen treintje (‘trolley probleem’)

  8. Wat zijn de verschillen tussen de twee situaties? Zijn deze

    verschillen van belang voor het bepalen van je oordeel? Waarom (niet)?
  9. De Afghaanse geitenhoeders

  10. De Afghaanse geitenhoeders Resultaat: 19 Amerikaanse doden

  11. Het proces tegen Adolf Eichmann (1961)

  12. Hannah Arendt (1906-1975) ‘De banaliteit van het kwaad’

  13. Experiment van Milgram (1963) 30 knoppen 15 t/m 450 volt

  14. De resultaten 65% gaat door tot 450 volt!

  15. Wat moet ik doen?

  16. Welke waarden zijn voor jou van belang?

  17. Wat maakt iemand tot een goed mens?

  18. Zijn er normen waar je je niet aan zou houden

    als er niemand was om je te bestraffen?
  19. Is er een hoogste intrinsieke waarde? Instrumentele waarden vs. intrinsieke

    waarden
  20. Hedonisme Geluk bereik je door het nastreven van genot 


    en het vermijden van pijn
  21. Kun je een concreet voorbeeld bedenken van iets dat je

    niet uit eigenbelang hebt gedaan?
  22. Zijn er situaties waarin je je eigen geluk zou ‘opofferen’

    voor een andere waarde of een ideaal?
  23. Doet de mens uiteindelijk alles uit eigenbelang?

  24. Friedrich Nietzsche (1844-1900) Hoe komen we eigenlijk aan de moraal?

    Wat hebben we eraan? Waarom is het ontstaan?
  25. Herenmoraal vs. slavenmoraal

  26. Friedrich Nietzsche (1844-1900) “Het medelijden is een zwakheid”

  27. Friedrich Nietzsche (1844-1900) “God is dood”

  28. “Als je God uit de maatschappij weghaalt, weet je wat

    je dan krijgt?” Kun je moreel zijn zonder religie? Zo ja, waar is deze moraal dan op gebaseerd?
  29. None
  30. Jeremy Bentham (1748–1832) –Van Latijn utilitas: nut –“De grootste hoeveelheid

    geluk voor de grootste hoeveelheid mensen” –Hedonistische calculus Utilitarisme
  31. Hoe verdeel je een taart volgens de hedonistische calculus?

  32. Het geval Sam

  33. Is vermaak het hoogste goed?

  34. John Stuart Mill (1806–1873)

  35. Moet je rekening houden met kwaliteit?

  36. Het geval van de redder

  37. –Gevolgenethiek (o.a. utilitarisme) –Een goede handeling is een handeling die

    een goed resultaat heeft –“Het doel heiligt de middelen” –Beginselethiek (o.a. plichtethiek) –Een goede handeling is een handeling die op de juiste principes is gebaseerd Ethische stromingen
  38. Immanuel Kant (1724–1804)

  39. Plichtethiek –Het gaat om de beweegredenen, om de ‘goede wil’,

    niet om de gevolgen –Hypothetische imperatief: Als je X wilt bereiken, moet je Y doen (instrumenteel, gericht op een bepaald doel X) –Categorische imperatief: ‘handeling is noodzakelijk in een wil die met de rede overeenstemt’ (intrinsiek, universeel)
  40. Principes gelden ook als er niemand is om je te

    bestraffen
  41. Categorische imperatief (1e formulering) “Handel alleen volgens die stelregel waarvan

    je redelijkerwijs zou willen dat het een algemene wet wordt”
  42. Waarom zou je niet door rood licht moeten rijden? –Handelingsutilisme:

    Als ik me niet aan verkeersregels hou, kan ik een ongeluk krijgen of veroorzaken –Categorische imperatief: Het is logisch tegenstrijdig dat niemand zich meer aan verkeersregels houdt, want dan zouden het geen regels meer zijn
  43. –Handelingsutilisme: Als ik niet eerlijk ben krijg ik een slechte

    naam en raak ik klanten kwijt –Categorische imperatief: Het is logisch tegenstrijdig als iedereen van elkaar steelt, want dan zou er geen eigendom meer zijn Waarom zou je als bakker eerlijk moeten zijn?
  44. Categorische imperatief (2e formulering) “Je moet een mens altijd als

    doel op zich behandelen en nooit als een middel”
  45. Mensen hebben een intrinsieke waarde Instrumentele waarden vs. intrinsieke waarden

  46. Het geval Sam

  47. Is martellen toegestaan als je daarmee een hele stad kunt

    redden?
  48. Mag je liegen tegen een moordenaar?

  49. Etnocentrisme vs. cultuurrelativisme

  50. Universalisme

  51. None
  52. De naturalistische drogreden “Dit gedrag is natuurlijk en daarom is

    het ook moreel aanvaardbaar” of “Dat gedrag is onnatuurlijk en het is dus moreel verwerpelijk”
  53. Wat moet ik doen? vs. Hoe moet ik leven? Deugdethiek

  54. Aristoteles (384–322 v. Chr.)

  55. essentie, ‘dat wat iets maakt tot wat het is’ teleologisch

    wereldbeeld (telos = doel, bestemming)
  56. Doel van het leven is eudaimonia, 
 het ‘vervolmaakte leven’,

    
 geluk als ‘gelukt zijn’
  57. de mens is een zoön politikon, een ‘gemeenschapsdier’

  58. Een deugd is een stabiele karaktereigenschap die je zult moeten

    ontwikkelen
  59. Een deugd is de kunst ‘het juiste midden’ aan te

    houden Lafheid ▶ Dapperheid ◀ Overmoed Gierigheid ▶ Gulheid ◀ Verkwisting
  60. Essentialisme

  61. None
  62. Volgens de kerkvorst manipuleren homo’s de rol die God hun

    heeft gegeven en vernietigen ze daarmee ‘de essentie van het menselijk wezen’. [...] “Mensen bestrijden de gedachte dat ze een aard hebben, hun gegeven door hun lichamelijke identiteit, die als een onderscheidend element van de mens dient. Maar zij ontkennen die natuur en besluiten voor zichzelf dat die niet iets is die hun gegeven is, maar dat zij die voor zichzelf maken”, zei de paus.
  63. Jean-Paul Sartre (1905–1980)

  64. “de menselijke existentie gaat aan zijn essentie vooraf”

  65. Existentialisme

  66. “de mens is veroordeeld tot vrijheid”

  67. Een mens heeft altijd een keuze

  68. “Ik ben nu eenmaal zo-en-zo en ik kan niet anders

    zijn dan wat ik ben.” is kwade trouw