Save 37% off PRO during our Black Friday Sale! »

Kentheorie klas 4

Kentheorie klas 4

1e6e009eb34acada083d876fbc6cc44f?s=128

Martijn Walraven

January 24, 2014
Tweet

Transcript

  1. Tweede kwartaal: hoofdstuk 4 Kennistheorie

  2. Wat voor kennis bezitten we?

  3. Hoe komen we aan onze kennis?

  4. Hoe betrouwbaar is de kennis die we hebben? ?

  5. Een scepticus twijfelt aan de betrouwbaarheid van alle kennis

  6. None
  7. Plato (427/428–347 v. Chr.)

  8. Wat maakt iets tot wat het is? Hoe kunnen we

    dat kennen?
  9. Plato’s allegorie van de grot

  10. Kennis die we verkrijgen door middel van de zintuigen is

    onbetrouwbaar
  11. Ware kennis verkrijgen we niet door middel van onze zintuigen,

    maar alleen door te denken
  12. None
  13. Aristoteles (384–322 v. Chr.)

  14. We hebben de zintuigen nodig om kennis te verkrijgen

  15. Plato Begripsrealisme: ‘Hond(heid)’ bestaat los van individuele honden, als Idee

    in de Ideeënwereld dat we (her)kennen door na te denken Aristoteles Nominalisme: ‘Hond’ is een verzamelnaam die we abstraheren uit de waarneming van individuele honden
  16. Empirisme Rationalisme

  17. a posteriori na de waarneming a priori onafhankelijk van waarneming

  18. René Descartes (1596–1650) Het twijfelexperiment

  19. Kennis die we verkrijgen door middel van de zintuigen is

    onbetrouwbaar
  20. Kun je zeker weten dat je nu niet droomt?

  21. Kun je hier aan twijfelen?

  22. René Descartes (1596–1650) “Ik denk, dus ik ben (cogito ergo

    sum)”
  23. René Descartes (1596–1650) “Maar wat ben ik dan wel? Een

    denkend ding. Wat is dat? Dat is iets dat twijfelt, bevestigt, ontkent, wil en niet wil; en ook iets dat voorstellingen heeft en ervaart.”
  24. Buitenwereld Binnenwereld

  25. None
  26. subject subject subject subject object

  27. John Locke (1632–1704)

  28. Hoe komen we aan onze kennis?

  29. De baby als een tabula rasa (‘onbeschreven blad’ )

  30. Hoe leert een baby de ideeën ‘hond’ en ‘kat’?

  31. Alle ideeën komen voort uit de waarneming

  32. –Primaire eigenschappen: eigenschappen die een ding heeft onafhankelijk van de

    waarneming –Secundaire eigenschappen: eigenschappen die alleen bestaan in de waarneming
  33. “Zijn is waargenomen worden (esse est percipi)” George Berkeley (1685–1753)

    Er zijn geen primaire eigenschappen!
  34. Realisme

  35. Idealisme

  36. David Hume (1711–1776)

  37. Inductie Uit individuele waarnemingen een algemeen begrip of wetmatigheid afleiden

    Kunnen we zeker weten of morgen 
 de zon weer op zal gaan?
  38. Het inductieprobleem

  39. Het inductieprobleem

  40. Causaliteit (oorzakelijkheid)

  41. Empirische kennis is nooit zeker, hoogstens waarschijnlijk, en berust op

    gewoonte
  42. Immanuel Kant (1724–1804) “Gedachten zonder inhoud zijn leeg, aanschouwingen zonder

    begrippen zijn blind”
  43. We nemen de wereld altijd waar 
 door een bepaalde

    ‘kennisbril’
  44. We nemen de wereld altijd waar 
 door een bepaalde

    ‘kennisbril’
  45. Causaliteit (oorzakelijkheid)

  46. None
  47. We kunnen niet weten hoe de wereld ‘op zichzelf’ is

    ?
  48. De vork van Hume Een uitspraak is analytisch of synthetisch,

    
 en anders onzinnig
  49. De vork van Hume • analytische uitspraken zijn per definitie

    waar (of onwaar): bv. ’een cirkel is rond’ • synthetische uitspraken voegen kennis toe: bv. ’het dak is rood’ • van onzinnige uitspraken is de waarheid niet vast te stellen: bv. ‘God bestaat’ Een uitspraak is analytisch of synthetisch, 
 en anders onzinnig
  50. analytisch synthetisch a priori a posteriori Welke combinaties van uitspraken

    zijn mogelijk?
  51. analytisch synthetisch a priori ✓ a posteriori ✓ Welke combinaties

    van uitspraken zijn mogelijk?
  52. Immanuel Kant (1724–1804) “Zijn synthetische uitspraken a priori mogelijk?”

  53. analytisch synthetisch a priori ✓ ? a posteriori ✓ Zijn

    synthetische uitspraken a priori mogelijk?
  54. None
  55. ‘Elke gebeurtenis heeft een oorzaak’

  56. Structuren bepalen ons waarnemen en denken

  57. Sapir-Whorfhypothese of linguïstische relativiteit “We ontleden de natuur langs de

    lijnen die bepaald worden door onze moedertalen”