Save 37% off PRO during our Black Friday Sale! »

Kentheorie klas 5

Kentheorie klas 5

1e6e009eb34acada083d876fbc6cc44f?s=128

Martijn Walraven

November 06, 2013
Tweet

Transcript

  1. Wat voor kennis bezitten we?

  2. Hoe komen we aan onze kennis?

  3. Hoe betrouwbaar is de kennis die we hebben? ?

  4. Welke bronnen van kennis hebben we?

  5. Leveren onze zintuigen kennis op?

  6. Wat maakt iets tot wat het is? Hoe kunnen we

    dat kennen?
  7. Plato (427/428–347 v. Chr.)

  8. Hoe komt het dat we allebei 
 als honden zien?

  9. De wereld die we leren kennen door 
 zintuiglijke waarneming

    is veranderlijk
  10. Ware kennis verkrijgen we niet door middel van onze zintuigen,

    maar alleen door te denken
  11. Allegorie van de grot

  12. Teken een vierkant met een oppervlakte dat precies twee keer

    zo groot is Socrates en de slaaf van Meno
  13. Teken een vierkant met een oppervlakte dat precies twee keer

    zo groot is Socrates en de slaaf van Meno
  14. Twee werelden

  15. Ideeënleer

  16. Ben je een lichaam of heb je een lichaam?

  17. René Descartes (1596–1650) “Maar wat ben ik dan wel? Een

    denkend ding. Wat is dat? Dat is iets dat twijfelt, bevestigt, ontkent, wil en niet wil; en ook iets dat voorstellingen heeft en ervaart.”
  18. None
  19. None
  20. Res extensa Res cogitans

  21. Aristoteles (384–322 v. Chr.)

  22. Wat maakt iets tot wat het is? Hoe kunnen we

    dat kennen?
  23. Plato De Idee of vorm is transcendent, overstijgt de waarneembare

    werkelijkheid Aristoteles De vorm of essentie is immanent, bevindt zich in de waarneembare werkelijkheid
  24. Individuele dingen (‘substanties’) zijn altijd een combinatie van materie en

    vorm
  25. vorm als essentie, 
 ‘dat wat iets maakt tot wat

    het is’ alles heeft een telos (doel, bestemming)
  26. Inductie Deductie ‣de eerste steen is hard ‣de tweede steen

    is hard ‣de derde steen is hard ‣… ‣alle stenen zijn hard ‣alle stenen zijn hard ‣deze steen hier is hard ‣die steen daar is hard ‣…
  27. John Locke (1632–1704)

  28. De mens komt ter wereld als een ‘tabula rasa’

  29. Oftewel: Hoe leert een baby de ideeën ‘hond’ en ‘kat’?

    Hoe leert een baby honden en katten onderscheiden?
  30. Kennis verwerven we door het gebruik van de zintuigen

  31. subject subject subject subject object

  32. Primaire vs. secundaire eigenschappen Waar bevinden zich de kleur en

    vorm van de appel?
  33. George Berkeley (1685–1753)

  34. Maakt een omvallende boom geluid als er niemand is om

    het te horen?
  35. Idealisme Er zijn geen primaire eigenschappen!

  36. David Hume (1711–1776)

  37. De vork van Hume Een uitspraak is analytisch of synthetisch,

    
 en anders onzinnig
  38. Causaliteit

  39. Immanuel Kant (1724–1804)

  40. Immanuel Kant (1724–1804) “Gedachten zonder inhoud zijn leeg, aanschouwingen zonder

    begrippen zijn blind”
  41. None
  42. We kunnen niet weten hoe de wereld ‘op zichzelf’ is

    ?
  43. analytisch synthetisch a priori a posteriori Zijn synthetische uitspraken a

    priori mogelijk?
  44. Stof voor de toets: p. 192 (Bronnen van kennis), 


    p. 194–p. 200 (Plato), 
 p. 201–204 (Descartes), 
 p. 206–209 en p. 237–239 (Aristoteles), 
 p. 211–217 (Locke, Berkeley), 
 p. 218–229 (Hume, Kant)