de vergassing van organische resten in diepere aardlagen de samenstelling en dus ook de eigenschappen variëren in functie van de herkomst Eigenschappen van AARDGAS
lichter dan lucht • Lucht : 1 • Propaan : 1,54 • Butaan : 1,98 LPG is zwaarder dan lucht Relatieve densiteit = dichtheid ten opzichte van lucht Eigenschappen van AARDGAS
0% seconden Evacuatie door natuurlijke verluchting 10 m³ Butaan propaan 1 m³ minuten uren GEEN evacuatie door natuurlijke verluchting, evacuatie op laagste punt noodzakelijk voorzien in een aangepaste en permanente verluchting Eigenschappen van AARDGAS
met lucht een gaslek vult de hele ruimte er blijven concentratieverschillen binnen de ruimte – het gas verzamelt zich bovenaan bij het verluchten zal de aardgasconcentratie snel afnemen aandacht voor hoog gelegen ruimten zonder luchtcirculatie vb: onder gebogen gewelf Eigenschappen van AARDGAS
Verstikking door gebrek aan ademlucht Vergiftiging door CO (koolmonoxide) dat kan ontstaan bij onvolledige verbranding, door gebrek aan primaire lucht of door vervuiling van de brander Eigenschappen van AARDGAS
% gas Mengsel te arm Brandbaar Mengsel Mengsel te rijk 0 % gas LEL 5% UEL 15% Waarneembaarheidsdrempel van aardgas: vanaf 1% gas in lucht THT = tetrahydrothiofeen TBM = tertiair butyl mercaptaan Aardgas is reuk- en kleurloos De grote industriële klanten krijgen niet-geodoriseerd gas. Het distributienet ontvangt geodoriseerd gas Eigenschappen van AARDGAS
rijk 0 % aardgas 5% 15% Ontstekingsgrenzen voor aardgas (bij omgevingstemperatuur van 20°C) EERSTE VOORWAARDE: HOMOGEEN GAS/LUCHT MENGSEL MET DE JUISTE VERHOUDING Eigenschappen van AARDGAS
aardgas mengt zich met lucht vorming explosief mengsel ophoping van het gas-lucht-mengsel in een afgesloten ruimte ontsteking op één punt voortplanting ontsteking in alle richtingen Ontsteking gas-lucht-mengsel Plotse warmtetoename Druktoename EXPLOSIE Eigenschappen van AARDGAS
mn 3 droge lucht (21% O 2 79% N 2 ) 7,7 m n 3 stikstof (N 2 ) 1 m n 3 CO 2 2 m n 3 waterdamp (H 2 O) + + + warmte VERBRANDINGSPRODUCTEN BIJ DE OPTIMALE VERBRANDING VAN 1 mn 3 H-GAS Volledige verbranding De verbranding van aardgas
aan de buitendiameter en het gewicht van de leidingen; – geplaatst ter hoogte van elke afsluitkraan en elke richtingsverandering of T-stuk; – afstand tussen twee bevestigingsbeugels: niet groter dan 1,20 m voor koperen- en 2 m voor stalen buizen; – leidingen elektrisch isoleren van hun ophangmiddelen indien ze van een ander metaal vervaardigd zijn.
of synthetisch materiaal. Doorgang vloer: mantelbuis minstens 5 cm laten uitsteken. Ringvormige ruimte tussen leiding en mantelbuis opvullen met niet corrosief plastisch materiaal. Ondergrondse openingen in buitenmuren als doorgang van leidingen: opvullen met niet corrosief plastisch materiaal – GAS- en waterdicht. MANTELBUIS De binnenleiding voor aardgas
als aarding. ELEKTRISCHE CONTINUÏTEIT De leidingen onderling verbinden met de equipotentiaal- verbinding van het gebouw; uitgenomen de elektrisch geïsoleerde of beschermde gedeelten. EQUIPOTENTIAAL- VERBINDING
een stopkraan met koppelstuk stroomopwaarts van de kraan; de stopkraan zo dicht mogelijk bij het toestel plaatsen + bereik- en bedienbaar; tussenbouw-keukenfornuizen en inbouwkookplaten: stopkraan mag in een onder- of naastliggende kast; aardgasinbouwhaarden in bestaande sierschouw: stopkraan eventueel in aanpalende ruimte – aansluiting toestel op stopkraan = RHT -uitvoering + ter hoogte van het aansluitpunt een 2de stopkraan.
- hetzij met materialen uit metaal – koper of staal; - hetzij met behulp van een metalen RHT-slang – zo geplaatst dat ze niet blootgesteld is aan pletting, tractie of een kleinere kromtestraal dan door de fabrikant toegelaten.
geplaatste koperen leidingen moeten steeds in de fabriek bekleed worden; • daarenboven moet steeds een stalen mechanische bescherming aangebracht worden – minstens 2 mm dik. Uitwendige bescherming van de leidingen BEKLEDING MET SYNTHETISCH MATERIAAL: • stalen leidingen in droge omgeving: roestwerende verf; • verzinkt staal in vochtige omgeving: synthetische bekleding; De binnenleiding voor aardgas
•binnenleiding beproeven met lucht of inert gas; •op druk van 150 mbar: geen bellen tijdens het afzepen met schuimend product; gestabiliseerde druk behouden op de controlemanometer. •Uitbreiding: zelfde dichtheidscriteria als bij dichtheidsproef. •Dichtheidscriteria: Nieuwe installaties: 0 liter/uur Bestaande installaties: < 6 liter/uur tijdelijk toegestaan door netbeheerder ≥ 6 liter/uur OEG Onmiddellijk Ernstig Gevaar: gasmeter afsluiten en verzegelen Dichtheidsproef De binnenleiding voor aardgas
de verbrandingsproducten TOESTELLEN TYPE A Toestel dat niet bestemd is om te worden aangesloten op een kanaal voor de afvoer van de verbrandingsgassen tot buiten het gebouw
B Toestel dat bestemd is om te worden aangesloten op een kanaal voor de afvoer van de verbrandingsgassen tot buiten het gebouw. De verbrandingslucht wordt rechtstreeks ontnomen uit deze ruimte. De huishoudelijke aardgastoestellen
TYPE C Toestel waarvan de verbrandingskring (luchttoevoer, verbrandingskamer, warmtewisselaar en afvoer van de verbrandingsproducten ) afgesloten is tegenover de opstellingsruimte. De huishoudelijke aardgastoestellen
stortbad, een bad, een zitbad, zelfs indien het geïnstalleerd is in een badkamer, stortbadruimte of WC Gebruiksvoorwaarden voor KEUKENGEISER type A De huishoudelijke aardgastoestellen
dan 50 cm². MAAR !! Minimum 150 cm² voor een: toestel type B, bij vervanging van een bestaand toestel door een toestel van hetzelfde type, geplaatst in een slaapkamer, badkamer, stortbadruimte of WC Toestel type B TOEVOER VAN DE VERBRANDINGSLUCHT De huishoudelijke aardgastoestellen
gelijksoortig afzuigsysteem afzuigsysteem met afvoer naar buiten; onderdruk veroorzaakt bij het in werking stellen – systeem mag samen met toestel in dezelfde ruimte worden geplaatst indien een supplementaire luchttoevoer van 160 cm² per 100 m³/h afgezogen lucht wordt aangebracht. INTERACTIE TUSSEN MECHANISCH AFZUIGSYSTEEM EN OPEN TOESTEL De huishoudelijke aardgastoestellen
er is hiervoor energie nodig, deze is “natuurlijk” of “mechanisch”. De “natuurlijke energie” vindt zijn oorsprong in het verschil in soortelijke massa tussen de verbrandingsproducten (“warme” gassen) en de omgevingslucht (de “koude” lucht). In een mengsel van verbrandingsproducten en omgevingslucht, zullen de warme verbrandings- producten stijgen. WERKING VAN EEN AFVOERKANAAL MET NATUURLIJKE TREK De huishoudelijke aardgastoestellen
de verbrandingsproducten het afvoerkanaal op het uiteinde verlaten hebben; de temperatuur van de verbrandingsproducten in het afvoerkanaal mag niet dalen tot een waarde waarbij het stuweffect en de snelheid tot nul daalt ; indien de waterdamp in de verbrandingsproducten afkoelt tot beneden het dauwpunt ervan treedt condensatie op. WERKING VAN EEN AFVOERKANAAL MET NATUURLIJKE TREK De huishoudelijke aardgastoestellen
niet in zo’n ideale situatie, wat er voor zorgt dat er minder thermische trek is indien men een bestaand toestel vervangt door een nieuw toestel. Temperatuur van de verbrandingsproducten : - Ketels van de jaren ’60 en ’70 : > 200 °C - Huidig hoogrendementsketels : 100 à 130 °C - Huidige condensatieketels : 50 à 75 °C TECHNISCHE PROBLEMEN MET BESTAANDE SCHOORSTENEN WERKING VAN EEN AFVOERKANAAL MET NATUURLIJKE TREK De huishoudelijke aardgastoestellen
de schoorsteen Kans op terugslag van de rookgassen en mogelijke condensvorming in de schoorsteen WERKING VAN EEN AFVOERKANAAL MET NATUURLIJKE TREK De huishoudelijke aardgastoestellen
in statische overdrukzone; moet uitmonden in zone I of II rond het gebouw. Uitmonding in zone II : verplicht statische afvoerkap gebruiken. AFVOER VAN DE VERBRANDINGSPRODUCTEN UITMONDING VAN HET AFVOERKANAAL De huishoudelijke aardgastoestellen
voorkomen gasverlies voorkomen gasophoping (verluchten) weren ontstekingsbronnen CO - vergiftiging CO - vorming waarborgen - voldoende luchttoevoer - goede verbranding - goede afvoer verbrandingsgassen verstikking door aardgas zuurstoftekort waarborgen van voldoende luchttoevoer en luchtcirculatie projectie van gas onder druk gas onder druk + zand/steentjes individuele beschermingsmiddelen bij werken met gasontsnapping Specifieke risico's van aardgas Veiligheid
Zijn dichtheid is praktisch gelijk aan die van lucht d = 0,96 0,05% CO begin van intoxicatie 0,3% CO coma met dood tot gevolg ONVOLLEDIGE VERBRANDING CO vorming risico CO vergiftiging
bloedplaatjes stollen rode bloedcellen O2 transport Wordt 300 maal vlugger opgenomen in het bloed dan zuurstof Vermindering van het hartritme Vermindering van de stofwisseling Wordt heel traag afgebroken en kan onomkeerbare cellulaire letsels veroorzaken Zuurstoftransport wordt vanaf zeer kleine CO-concentraties (25 ppm) verstoord risico CO vergiftiging
(verbrand stof) • condensatie op de ruiten, • loskomen van het behangpapier, • afschilferen van de verf boven het toestel, • klachten van de bewoners, ... • Atmosferische brander: vlammen worden langer, gele punten - roetsporen; • Vervuiling van de warmtewisselaar (doorstroomtoestellen): rode puntjes in de vlam, gloeiende vuilresten, ... CO onrechtstreeks vaststellen