Upgrade to Pro — share decks privately, control downloads, hide ads and more …

5 krachten van Porter

5 krachten van Porter

In zijn baanbrekende boek “Competitive Advantage” geeft Michael Porter een reeks van 78 vragen waarmee u een feitelijke beoordeling kunt maken van de volgende 5 concurrentiekrachten:

- Bedreiging van nieuwkomers
- Onderhandelingspositie van de leverancier
- Onderhandelingspositie van de klant
- Bedreiging van vervangende producten
- Rivaliteit

Om u te helpen dit essentiële instrument voor concurrentieanalyse te begrijpen, nodigen we u uit onze online cursus te bekijken die we hieraan hebben gewijd.

Dbf4dffdc6d9e77ad253a3971b3aa581?s=128

IntoTheMinds

March 18, 2021
Tweet

Transcript

  1. • Econometrische analyse • De verschillende dimensies van de economische

    sector maken een analyse van strategisch belang mogelijk • Elke sector zit gevangen tussen leveranciers en klanten Het vijfkrachtenmodel van PORTER 2 Crédits photos : Shutterstock
  2. • Variabele druk die de intrasectorale concurrentiestrijd binnen de sector

    verergert. • Mijn favoriet ☺ omdat dit gemakkelijk toepasbaar is op KMO's in het kader van marktonderzoek Het vijfkrachtenmodel van PORTER 2 Crédits photos : Shutterstock
  3. Het vijfkrachtenmodel van PORTER

  4. • Indicator van de intensiteit van de interne concurrentiestrijd in

    de sector geanalyseerd: - Relatieve concentratie: concentratie ↑ = een onderhandelingskracht ↑ = dus het vermogen om druk uit te oefenen op een ander. De macht van leveranciers 2 2
  5. • Gerelateerde kwaliteit: de waarde van het eindproduct wordt sterk

    bepaald door de kwaliteit van wat van de leverancier wordt gekocht (voorbeeld: passagiersvliegtuigen en motoren: RR, Snecma,....). • Productdifferentiatie: maakt het zeer moeilijk om het ene product te vervangen door het andere en geeft de leverancier macht over zijn klant. De macht van leveranciers 2 2
  6. • Vervoerskosten • Integratiemogelijkheden: deze downstream tegen aanvaardbare kosten bieden

    de leverancier aanzienlijke onderhandelingsmacht tegenover zijn partner. • Verdeling van de toegevoegde waarde: precieze kennis van de kosten en winsten van de partner → druk van diegene met de hoogste toegevoegde waarde (voorbeeld: leveranciers van warenhuizen) • Bescherming van de overheid De macht van leveranciers 2 2
  7. • Relatieve concentratie • Gerelateerde kwaliteit: belangrijk als de waarde

    van het eindproduct niet wordt bepaald door de kwaliteit van wat van de leverancier wordt gekocht • Banalisering van producten: eenvoudige vervanging De macht van afnemers 2 2
  8. • Vervoerskosten: lage vervoerskosten = grote macht • Integratiemogelijkheden: macht

    ten opzichte van zijn partner, maar drempels bij toetreding: casino (distributeur → vernieuwer), Swatch (verticale integratie) • Verdeling van de toegevoegde waarde • Bescherming van de overheid tegenover de klant De macht van afnemers 2 2
  9. Beoordelingsfactoren • aantal en omvang van de concurrenten die een

    eerste indicatie geven van de aard van de concurrentiestructuur • groei van de activiteit die op de markt weegt (lage groei benadrukt de spanningen) • belang van vaste of opslagkosten leidt tot negatief effect op winstgevendheid van kleinere bedrijven De interne bedrijfstakconcurrentie 2
  10. • ongedifferentieerde producten of lage kosten die de intrasectorale concurrentie

    versterken • diversiteit van de concurrenten maakt het moeilijk om de gevaarlijkste concurrenten waar te nemen • belang van strategische kwesties • bestaan van hoge obstakels bij uitstap De interne bedrijfstakconcurrentie 2
  11. • Een bedrijf zal waarschijnlijk nieuwe toetreder worden als het

    er een belang in ziet. – Integratie – Groeiende markt – Winstgevendheid • Twee evaluatiecriteria: – toetredingsdrempels (schaal- en toepassings-voordelen, productdifferentiatie, behoefte aan kapitaal, enz.) – angst voor vergelding De (be)dreiging van nieuwe toetreders tot de markt 2
  12. • Afhankelijk van technologische ontwikkelingen (dvd, mp3, floppy disk) Anticiperen

    op de dreiging: • vertrouwd zijn met de gebruiksfunctie • opkomende technologieën in het oog houden De (be)dreiging van substituutproducten 2
  13. • Regulering van de mededinging en beperking van misbruiken •

    Versterkende rol van andere krachten De rol van de overheid (de 6e macht) 2